Verplichte jeugdzorg

Het merendeel van de cliënten van BJAA helpen wij in vrijwillig kader. Dan werkt het gezin dus zonder tussenkomst van de kinderrechter mee. Omdat het gezin ook wel inziet dat het zo niet langer gaat, maar zelf niet weet hoe uit de problemen te geraken.

Wil een gezin echter niet meewerken, omdat ze bijvoorbeeld van mening zijn dat er geen ernstige problemen zijn, of niet snappen wat er mis is, dan kan gedwongen jeugdzorg nodig zijn.

BJAA meldt zo’n gezin aan voor onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming. Vervolgens besluit de kinderrechter al dan niet tot verplichte jeugdzorg.

Voor de begeleiding door BJAA maakt het nu uit of een gezin vrijwillig of gedwongen meewerkt, of dat er een civiele of strafrechtelijke maatregel is uitgesproken. Doel is altijd de veiligheid van het kind weer te waarborgen. Bij voorkeur met medewerking van de ouders, maar zo nodig ook zonder. BJAA stopt haar bemoeienis pas dan, wanneer weer een acceptabele situatie is bereikt.

Ondertoezichtstelling (ots)

De kinderrechter kan BJAA opdragen een ondertoezichtstelling uit te voeren, voor de periode van maximaal een jaar. Hierna moet deze al dan niet worden verlengd. Na de uitspraak van de kinderrechter neemt de gezinsvoogd/gezinsmanager binnen vijf dagen contact op met het gezin en start ons werk.

Het doel van een ots is ervoor zorgen dat de situatie waarin het kind opgroeit zo snel mogelijk verbetert. De ots moet er toe leiden dat de situatie waarin het kind opgroeit zodanig verbetert, dat zijn ontwikkeling geen gevaar meer loopt.

Bij een ots houdt de ouder het gezag over de kinderen. Bij belangrijke beslissingen moet de gezinsvoogd worden inschakelen. Ook kan de gezinsvoogd (schriftelijke) aanwijzingen geven die moet worden opgevolgd.

Voorlopige ondertoezichtstelling (vots)

Soms loopt een kind acuut gevaar binnen een gezin. Dan moet het kind snel uit huis geplaatst worden en is er geen tijd om te wachten op een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. In dit geval kan de rechter een voorlopige ots uitspreken. De rechter kan tegelijkertijd BJAA machtigen om het kind uit huis te plaatsen. De rechter moet de ouders en kinderen van 12 jaar en ouder de gelegenheid geven om binnen 2 weken na de beslissing alsnog hun mening te geven. Anders is de voorlopige ots niet meer geldig.

Voogdij

Voogdij is gezag over een minderjarig kind dat niet door de ouder(s) wordt uitgeoefend, maar door iemand anders. Als ouders het gezag niet meer kunnen of mogen uitoefenen, kan BJAA het gezag toebedeeld krijgen door de kinderrechter. De voogd van BJAA oefent dan het gezag uit en is dus verantwoordelijk voor de minderjarige, net als ouders dat normaliter zijn. Het kind woont niet bij BJAA, maar in bijvoorbeeld een pleeggezin of instelling.

Voorlopige voogdij

Wanneer de ouders de verzorging en opvoeding niet aankunnen, kan de rechter voorlopige voogdij opleggen. Deze kinderbeschermingsmaatregel kan worden uitgesproken als de belangen van een kind zodanig worden bedreigd dat acuut ingrijpen noodzakelijk is. De ouders wordt het gezag ontnomen en dit wordt overgedragen aan Bureau Jeugdzorg. De kinderrechter spreekt de maatregel voorlopige voogdij uit op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of van de officier van justitie.

Vervolg op voorlopige voogdij

Nadat voorlopige voogdij is uitgesproken, heeft de Raad maximaal 6 weken de tijd om een verzoek bij de rechter in te dienen. Hierin vraagt de Raad om een definitieve gezagsvoorziening of om een ontheffing van of ontzetting uit het ouderlijk gezag. Verstrijkt de termijn van 6 weken zonder dat een dergelijk verzoek is ingediend, dan vervalt de voorlopige voogdij. Ouders kunnen in hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de kinderrechter.

Jeugdreclassering

Jongeren van 12 jaar en ouder kunnen wegens strafbaar gedrag voor de kinderrechter moeten verschijnen. Deze kan dan een straf opleggen. Dit kan een boete zijn, een taakstraf of een gevangenisstraf.  Bovendien kan de kinderrechter besluiten dat de jongere begeleiding nodig heeft van een jeugdreclasseringswerker (begeleider) van Bureau Jeugdzorg. De begeleiding moet het strafbare gedrag stoppen en voorkomen dat de jongere opnieuw de fout ingaat.

Uithuisplaatsing

Het beeld bestaat dat alle cliënten van Bureau Jeugdzorg uit huis worden geplaatst. Het gebeurt echter in tien procent van de gevallen dat een kind voor korte of langere tijd elders moet wonen. Hierbij blijft het contact met de ouder(s) in stand, tenzij dit voor de veiligheid van het kind echt niet kan.

Een kind kan op een crisisplek verblijven (voor de eerste nachten), in een instelling of in een pleeggezin. Het pleeggezin kan een gezin zijn uit de directe omgeving van een kind (netwerkplaatsing), of een pleeggezin via een pleegzorginstelling.

Gesloten jeugdzorg

Gesloten jeugdzorg bestaat uit zorg en behandeling in jeugdzorginstellingen voor jongeren tot 21 jaar met ernstige opgroeiproblemen of opvoedingsproblemen. Gesloten jeugdzorg is een vorm van zorg en is niet bedoeld als straf. Bij gesloten jeugdzorg wordt een jongere gedwongen opgenomen. De kinderrechter moet een 'machtiging gesloten jeugdzorg' verlenen voor opname.

Gesloten jeugdzorg is bedoeld voor jongeren met zulke ernstig gedragsproblemen dat ze bescherming nodig hebben voor zichzelf of voor anderen. Bijvoorbeeld voor agressieve jongeren, maar ook voor meisjes die problemen hebben met loverboys. Bij een instelling voor gesloten jeugdzorg kunnen de deuren op slot zodat de jongeren behandeld kunnen worden.

Tot 2008 werden jongeren met ernstige gedragsproblemen in een justitiële jeugdinrichting geplaatst. Sinds 1 januari 2010 verblijven jongeren met een machtiging gesloten jeugdzorg niet meer in een justitiële jeugdinrichting.