Als je niet meer thuis mag wonen

Hoe lang duurt een uithuisplaatsing?

Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk weer thuis gaat wonen. Lukt het maar niet om de situatie thuis voldoende te verbeteren, dan kan de uithuisplaatsing worden verlengd. Bureau Jeugdzorg vraagt dan aan de kinderrechter om een verlenging van de machtiging uithuisplaatsing.

De kinderrechter wil ook dan weer horen wat jij en je ouders ervan vinden. Daarna neemt de kinderrechter een besluit: je mag – vaak met extra hulp – weer naar huis, of je moet nog ergens anders blijven wonen. 

Wat als jij wel thuis wilt wonen?

Als je het niet eens bent met de uithuisplaatsing, dan kan je dit – als je 12 jaar of ouder bent - aan de kinderrechter vertellen op de rechtszitting. Op deze zitting bespreekt de kinderrechter de uithuisplaatsing met je ouders en jou.  

Als jij en je ouders vinden dat het weer beter gaat en jullie willen dat je weer naar huis mag, dan kun je dit met de medewerker van Bureau Jeugdzorg bespreken. Zijn jullie het oneens, dan kunnen jullie naar de kinderrechter.

Uithuisplaatsing: als je niet meer thuis woont

Als je ouders niet goed voor je zorgen of het huis gevaarlijk is, dan kan het soms beter zijn dat je niet meer thuis gaat wonen. Dit kan voor enkele weken zijn, of voor langer. De kinderrechter kan besluiten dat je niet meer thuis mag wonen, of je ouders zelf. Er zijn veel verschillende redenen waarom een kind niet meer thuis kan wonen. Bijvoorbeeld: Je krijgt bijna geen eten Je wordt thuis veel geslagen of op een andere manier mishandeld Je ouders zijn ziek en kunnen niet voor je zorgen Er is teveel heftige ruzie tussen ouder(s) en jou of tussen je ouders Je ouders weten niet meer hoe ze voor je moeten zorgen Eerst wordt altijd gekeken of je met hulp wel thuis kunt blijven wonen. Lukt dit echt niet, dan kan je dus ergens anders gaan wonen. Soms voor even of alleen in het weekend, andere kinderen blijven totdat ze 18 jaar zijn ergens anders wonen. Contact met je eigen ouders blijft belangrijk. Alleen in heel gevaarlijke situaties is contact niet toegestaan. De medewerker van Bureau Jeugdzorg of de kinderrechter beslissen over hoe vaak je contact hebt met je ouders. Waar ga je wonen? Je kan op verschillende plekken gaan wonen. Bijvoorbeeld bij je tante of oma, maar ook bij mensen die je niet kent. Dit heet een pleeggezin. Ook kun je in een instelling gaan wonen. Ondertussen wordt gewerkt aan de situatie thuis. Als het weer beter gaat, dan kun je weer bij je ouders gaan wonen. Op www.spirit.nl/kinderenjongeren lees je meer over pleegzorg. Uitgebreide Informatie over je rechten en plichten bij een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing lees je in "Rechten & plichten bij een ondertoezichtstelling"